top of page

Stiefkind

  • loreverrezen
  • 8 apr
  • 4 minuten om te lezen

Stiefkind: tussen ergens thuishoren en nergens echt passen


Selma Noort Uitgeverij Leopold Amsterdam 168blz.
Selma Noort Uitgeverij Leopold Amsterdam 168blz.

Stiefkind sprak me al snel aan op basis van de titel. Het heeft een ietwat negatieve

connotatie, vind ik zelf, in een tijd vol nieuwe samengestelde gezinnen en termen als pluskinderen of liefdesbaby’s. Wanneer ik de term ‘stiefkind’ lees, dan denk ik – mogelijks door in mijn kinderjaren te veel Disneyfilms te kijken – aan een boze stiefmoeder die de hoofdrol speelt.


Ik was dus benieuwd. Zoals ik hier al eerder liet merken, vind ik niet echt de tijd om veel te lezen, waardoor ik jammer genoeg (nog) niet over een favoriet genre beschik om mee te vergelijken. In eerste instantie zou ik steeds kiezen voor het klassieke stationsromannetje met een happy end (zei ik al dat ik te veel Disneyfilms gekeken heb?), maar aangezien we hier toch aan een cultuuravontuur bezig zijn, wil ik ook graag mijn horizon verruimen.


Voor het eerst vond ik het heel erg moeilijk om iets over een boek te schrijven. Een selectie maken van wat voor jullie boeiend zou zijn. Mijn emoties schommelden doorheen het lezen, ik bleef vaak met een knagend gevoel zitten en de zwangerschapshormonen zwierden de pan uit bij het inbeelden van de beschreven situaties over de verwaarlozing van een jong kind.


Dat terzijde leest het boek heel vlot. Al snel zit er een spannende scène in het verhaal die ervoor zorgt dat je als lezer emotioneel meegezogen wordt. Achteraf bleek die scène in de trein – waarbij hooligans voor opschudding zorgen – misschien nog de minst onveilige situatie voor Virginia, het hoofdpersonage. Er wordt vaak gebruik gemaakt van flashbacks naar haar kindertijd die zeer waardevol zijn voor de diepgang van het verhaal.


Het verhaal start met een herkenbare tienersituatie in een ogenschijnlijk normaal gezin: een puber maakt ruzie en wil plots niet mee op familieweekend. Iets waar ze eigenlijk meteen spijt van heeft, maar haar koppigheid neemt de bovenhand. In plaats van mee te gaan, wijkt ze uit naar haar (Amerikaanse) moeder in Leiden, bij wie ze al jaren niet meer woont en met wie ze zelden contact heeft.


Wat me meteen opviel, is hoe Virginia haar ouders aanspreekt. Zowel in haar ‘normale’ thuissituatie als later bij haar moeder, worden volwassenen bij de voornaam genoemd. Er is geen sprake van ‘mama’ of ‘papa’. Dat voelde voor mij als lezer (en als ouder) heel afstandelijk. Het lijkt alsof Virginia nergens echt een veilige hechtingsbasis ervaart. Ze hoort overal een beetje bij, maar nergens volledig. Een vreemde eend in de bijt, in elk gezin waarin ze zich bevindt.


Naast Virginia is er een broertje, het ‘liefdeskind’ van haar vader en Margareth. Hij groeit op in een warm nest, iets wat Virginia duidelijk anders heeft ervaren. Dat contrast wordt subtiel maar voelbaar neergezet.


Na het incident op de trein, komt Virginia aan bij haar moeder in Leiden. Eerst lijkt het alsof haar moeder moeite doet: er is eten in huis, ze stelt voor om samen te gaan winkelen, toch sijpelt al snel door dat de situatie verre van stabiel is. Haar moeder werkt tot laat in een café, Virginia is vaak alleen en moet zichzelf redden.


De aanwezigheid van een inwonende ‘vriend’ versterkt het gevoel van onveiligheid. Hij wordt beschreven als een ‘junkie met een gouden hart’ – iemand die haar vroeger regelmatig hielp wanneer haar moeder afwezig was en ze weer eens zonder eten thuis was. Dit is compleet alle gekheid op een stokje natuurlijk wanneer een junkie voor ‘veiligheid’ moet zorgen. V. springt ook regelmatig binnen bij de buurvrouw, wie haar in het verleden ook meerdere keren heeft opgevangen.


Je voelt doorheen het verhaal hoe het besef beetje bij beetje begint door te dringen. De flashbacks wisselen zich af met de huidige gebeurtenissen en geven stukje bij beetje meer inzicht in Virginia’s verleden. De stabielere jaren bij haar vader hebben haar duidelijk perspectief gegeven: ze beseft dat haar vroegere situatie allesbehalve oké was. Tegelijk roept dat ook boosheid op. Hoe kon haar vader haar zo lang in die omstandigheden achterlaten?


Wanneer Virginia ontdekt dat de nieuwe vriend van haar moeder en diens zoon betrokken waren bij de bende op de trein, slaat de sfeer volledig om en wordt de situatie ronduit onveilig. Een toevallige gebeurtenis biedt haar uiteindelijk een uitweg, waardoor ze kan terugkeren naar huis.


Wat mij het meest aangreep, is wat er daarna gebeurt, of net niet gebeurt. In haar ‘andere wereld’ zwijgt ze. Virginia blijft achter met een opstapeling van onuitgesproken en onverwerkte ervaringen. Voor mij toont dat hoe een tiener dagelijks de strijd met zichzelf kan aangaan, terwijl ze naar de buitenwereld toe de schijn ophoudt dat alles onder controle is. Margareth, haar plusmama, heeft hierin een cruciale rol. Zonder te hard te willen bemoederen zorgt zij voor een stabiele basis.


Ik zie zeker potentieel voor het gebruik van dit boek in de klas. Het sluit aan bij leefwerelden van jongeren: familieproblemen, identiteit, loyaliteit en het zoeken naar een plek waar je je thuis voelt. Tegelijk biedt het voldoende spanning om ook minder gemotiveerde lezers mee te krijgen. Het vlotte taalgebruik maakt het toegankelijk, zonder dat het oppervlakkig wordt. Maar ik ben me wel bewust van de triggers aanwezig zijn voor jongeren uit een minder stabiele thuissituatie.


Stiefkind is voor mij geen klassiek ‘happy end’-verhaal, maar net daarom blijft het hangen. Het is confronterend, zonder zwaar te worden, en nodigt uit tot nadenken. Het zet de harde realiteit in het daglicht. Uiteindelijk is dat wel waardevoller dan eender welk sprookjeseinde.

Opmerkingen


bottom of page